Posts tonen met het label artikel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label artikel. Alle posts tonen

donderdag 15 september 2011

Lijken wij op onze auto's?

Een tijd geleden schreef ik een blog over baasjes die op hun hond gaan lijken of andersom. Best grappig en herkenbaar. Daar kon ik vrij om lachen, want heb zelf geen hond. Maar nu kwam ik een onderzoek tegen waar ik ook om moest lachen, echter met een iets ander gevoel. Uit onderzoek is gebleken dat mijn auto en ik waarschijnlijk ook verrassend veel gemeenschappelijk hebben…

Welke van de drie? 
Bij het kopen van een auto kijken de meeste van ons wel naar het uiterlijk of de uitstraling. Ook het imago van het merk of de ervaringen van de mensen om je heen spelen een belangrijke rol. Ook toen wij onze Other[w]eyes auto’s aan gingen schaffen hebben we uitgebreid onderzoek gedaan. Na onze  zoektocht kwamen we tot de conclusie dat zo’n kleine milieuvriendelijke (en, laten we eerlijk zijn, qua bijtelling gunstige) wel een geschikte auto voor ons zou zijn. We hadden daarbij de keuze uit drie merken die alle drie in dezelfde fabriek geproduceerd waren, maar in details toch anders waren. Het ging om de Peugeot 107, de Toyota Aygo en de Citroën C1 (zie plaatje). Natuurlijk keken we naar de prijs, vroegen we mensen in onze omgeving en hadden we ieder te maken met een andere garage. Laatst zeiden we tegen elkaar dat we onze keuzes toch ook wel echt bij elkaar vonden passen, nu ben ik benieuwd of anderen dit ook zien! 

Auto en eigenaar zijn look-alikes 
In een onderzoek bleken mensen in staat te zijn eigenaren aan hun auto te koppelen zonder dat ze verder ook maar iets wisten van de autobezitters. Deelnemers kregen een foto te zien van een autobezitter en nog twee andere foto’s. Op de ene foto was de auto van de eigenaar te zien en op de andere foto een willekeurig gekozen auto. De deelnemers moesten vervolgens bepalen welke van de twee auto’s bij de eigenaar op de foto hoorde. Aangezien er twee opties waren, had iedere deelnemer 50% kans om de juiste auto te kiezen. Uit het onderzoek bleek echter dat in 68% van de gevallen de juiste combinatie tussen eigenaar en auto werd gemaakt. De onderzoekers vermoeden dat op basis van (stereotype?) inschattingen van leeftijd, sekse, kleding en persoonlijkheid de juiste matches werden gemaakt. 

Weet jij wie welke auto heeft gekozen?
Het is dat wij de kleur neutraal (antraciet) wilden houden voor de bestickering, anders was het – als je ons kent tenminste – in een oogopslag duidelijk geweest wie welke auto zou hebben. Maar desondanks is er nog wel een verschil als je de voorkant van de auto’s bekijkt en in onze ogen daarmee in uitstraling. Het is dat we het op deze blog al een keer verklapt hebben, anders hadden we een experimentje kunnen doen. Maar mocht je nog niet weten welke auto’s we hebben gekozen, laat dan weten wie van ons volgens jou voor de Peugeot 107 (linkermodel) en wie voor de Toyota Aygo (midden) is gegaan…

woensdag 7 september 2011

Bekijk eerst de goedkope optie om minder geld uit te geven...

Op Funda kan je een zoekopdracht instellen waardoor je een mailtje krijgt met nieuwe huizen die te koop zijn gezet en aan jouw wensen voldoen. Hierdoor krijg ik weleens een aantal huizen in mijn mailbox die qua prijs meer dan een ton uit elkaar kunnen liggen. Erg lastig vind ik dat, want ik weet namelijk dat het verschil maakt welk huis is eerst ga bekijken... 

Prijs anker
Bij het waarderen van een prijs en vervolgens het maken van een keuze worden we beïnvloed door verschillende factoren, waaronder het anker dat je hebt. Het effect van een anker betekent dat de eerste prijs die je in overweging neemt, voor een belangrijk deel bepaalt welke prijs je uiteindelijk bereid bent te betalen. Deze eerste prijs functioneert in je hoofd als een referentieprijs waar je vervolgens de daaropvolgende prijzen mee vergelijkt. Dit heeft sterk effect op onze keuzes, omdat we gevoeliger zijn voor een relatieve prijs (Die optie is een stuk goedkoper!), dan de absolute waarden. Er zijn verschillende herkenbare voorbeelden te bedenken...

Pizza anker en een Miele wasmachine
Je kent het misschien wel als je uit eten gaat. Bij een Italiaans restaurant zie je vaak eerst de pizza’s op het menu staan. Als je vervolgens verder bladert, zie je ook nog van die heerlijke vleesgerechten. Door het ‘pizza-anker’ vind je die vleesgerechten eerder te duur dan wanneer er geen pizza’s op de kaart hadden gestaan. Een ander voorbeeld: laatst was ik bij een elektronicazaak om me te laten informeren over een nieuwe wasmachine. De verkoper vertelde vol enthousiasme over de nieuwste technieken met luchtbolletjes en kristallen waardoor mijn was met minder moeite nog schoner zou worden. En er stond ook nog een Miele, de autoriteit op wasmachine gebied, waarop (heb je het weer) alleen vandaag 20% korting werd gegeven. Echter de wasmachine kostte maar liefst €1200 euro, dus geen optie. Toch merkte ik dat ik in het andere deel van de winkel de wasmachines ineens erg mee vond vallen qua prijs: tussen de 500 en de 700 euro! Dit terwijl ik in eerste instantie keek naar wasmachines van rond de 300 euro. Later realiseerde ik me dat het Miele anker mijn prijsperceptie beïnvloedt had.

Vraagprijs van een huis        
Om weer terug te komen op waar ik mee begon, ook naar de prijzen van huizen en het stellen van een anker is onderzoek gedaan. In een experiment lieten onderzoekers studenten en makelaars de vraagprijs van een huis bepalen. Ze inspecteerden allemaal hetzelfde huis en van tevoren kregen ze te horen wat de bewoner dacht dat het huis zou opleveren. Benadrukt werd dat deze vraagprijs verder nergens op gebaseerd was. De ene helft van de deelnemers kreeg een lage vraagprijs te horen en de andere helft een hoge vraagprijs. Nu zou je van de makelaars misschien een objectief oordeel verwachten, maar zowel de studenten (leken) als de makelaars (professionals) bleken beïnvloed te worden door de op niets gebaseerde vraagprijs. De groep die een hogere vraagprijs hoorde beoordeelde het huis gemiddeld veel meer waard.

Realiseer je bij het bekijken van meerdere opties dus dat het eerste wat je bekijkt mogelijk als anker dient voor je beoordeling van de rest. Als ik dus geen tophypotheek wil, zal ik toch echt de huizen onderin mijn prijsklasse eerst moeten bekijken. Als ik die als uitgangspunt neem, kijk ik misschien wel met andere ogen naar de vraagprijs en houd ik uiteindelijk geld over om toch zo’n echte Miele te kopen ;-) 

vrijdag 12 november 2010

Blaadjes op de rails

Het is weer flink mis op het spoor: blaadjes, seinstoringen, aanrijdingen en als klap op de vuurpijl met de trein in de file. En was dat niet net een van de redenen om de auto te laten staan? Vorige week hadden wij weer pech op station Arnhem, of liever gezegd die eeuwige bouwput. Die trappen zijn op zich al frustrerend, maar bij vertraging maken de omroepers er een spel van om kuddes mensen heen en weer te laten rennen tussen de verschillende perrons. Je voelt je een idioot tijdens het rennen, maar rent toch maar achter de rest aan (iets met sociale bewijskracht). Verwaaid en buiten adem ploften we uiteindelijk in een trein vol met andere geïrriteerde forenzen. En zowaar de trein vertrok!

Maar toen kwam de conducteur…
Deze beste man dacht blijkbaar niet na wat het beste was om te doen in deze situatie, want hij ging gewoon kaartjes controleren. Natuurlijk hij doet gewoon zijn werk, maar beeld je even in: een vol gepropte trein met geïrriteerde reizigers die net een zucht van verlichting slaken dat de trein zowaar in beweging komt. Is het dan handig om te gaan controleren of mensen wel een kaartje hebben?

En toen?
Verontwaardigd gaven eerst de mensen die in het gangpad stonden hun kaartje af. De rest van de coupé pakte ook zuchtend de vervoersbewijzen. Op een meneer na. Deze meneer zei luid en duidelijk: “Ik geef u mijn kaartje niet, dit is mijn protest!” De hele coupe keek vol verwachting naar de conducteur: Wat zou hij zeggen? De meneer in protest hield een betoog over het wee van de trein en dat zijn klachten niet serieus werden genomen: dit was zijn laatste middel!

Reactance
Wij zaten eerste rang en waren de vertraging op slag vergeten. Momenteel doen wij onderzoek naar weerstanden en dit was een mooie casus om te observeren. Deze meneer was zo gefrustreerd, omdat hij de controle kwijt was. Hij was al dagen overgeleverd aan de grillen van de trein en met het controleren van het kaartje maakte de conducteur het nog erger. Dit was voor de man aanleiding om te weigeren: ik moet niets! Deze weerstand noemen we reactance: mensen voelen zich gepusht om bepaald gedrag te vertonen. De man zocht naar manieren om zijn autonomie terug te krijgen.
De conducteur had zijn cursus gespreksvaardigheden goed begrepen. Allereerst erkende hij de weerstand van de man. Oprecht liet hij merken dat hij begreep hoe vervelend de vertragingen zijn. Ook depersonaliseerde de conducteur zijn rol (hij deed ook maar zijn werk), zodat de man niet boos kon zijn op de conducteur als persoon. Helaas voor dit verhaal liep het dus allemaal met een sisser af.

Moraal van het verhaal
Hoewel de conducteur de situatie uiteindelijk goed afhandelde, had hij kunnen voorkomen dat deze man überhaupt in protest ging. De conducteur wist dat het die week een puinhoop was op het spoor en dat mensen daar flink van balen. Hij had beter door de trein kunnen lopen op een dienstverlenende manier. Door de chaos missen mensen aansluitingen en dergelijke, dus hij kon bijvoorbeeld nagaan of mensen nog vragen hebben. Maar hierbij is het natuurlijk de vraag hoe de conducteur zijn functie ziet. Is hij er puur om vervoersbewijzen te controleren? Of is hij ook het visitekaartje van de NS en is hij er ook om vragen te beantwoorden waar nodig?

dinsdag 2 november 2010

Hoe breien we recht wat krom is?

Waarom leidde een dubbel paspoort in 2007 tot een motie van wantrouwen en in 2010 niet? Hoe komt het dat mensen roken, terwijl ze weten dat het slecht is? En is het zo dat je ex echt minder knap is geworden, nu jullie relatie over is? Kortom: hoe doen we dat eigenlijk, dat rechtbreien wat krom is?
Practice what you preach
Natuurlijk weten we dondersgoed wanneer we smoesjes verzinnen, maar hoe komt het nu dat we er zelf ook in gaan geloven? Ons brein kan niet goed omgaan met cognities (gedachten, gevoelens, gedrag) die niet met elkaar overeen komen. Het credo: practice what you preach, wordt in de praktijk vaak genoeg niet nagekomen. De tegenstelling tussen verschillende cognities zorgt in ons brein voor een strijd die opgelost moet worden. De psycholoog Festinger ontdekte dat ons brein een mooie manier heeft om deze tegenstelling op te heffen. Hij noemde dit: cognitieve dissonantie reductie.
Echt súúper leuk!
Festinger bedacht een slimme manier om te onderzoeken wat er gebeurt als er een tegenstelling is tussen cognities. In het onderzoek deden proefpersonen deden mee aan een experiment waarbij ze allerlei saaie taakjes moesten doen. Het ging, zoals meestal bij onderzoek, niet om de taakjes. Na de taak werd de proefpersonen gevraagd de proefpersoon na hen te vertellen dat het experiment erg leuk en interessant was. En nu komt de truc van het experiment: de ene groep kreeg hiervoor  1 euro en de andere groep kreeg 20 euro. 
Welke groep loog overtuigender tegen de persoon na hen denk je?
De groep die maar één euro kreeg! Dit is waarschijnlijk niet wat je had verwacht. Hoe komt dit nu? Alle proefpersonen vonden de taak saai, maar moesten zeggen dat de taak leuk was. Dit veroorzaakt een strijd tussen wat je vindt en zegt (cognitieve dissonantie).  De proefpersonen die 20 euro hadden gekregen, konden dit makkelijk voor zichzelf rechtvaardigen doordat ze er genoeg geld voor hadden gekregen. De groep die slechts een euro kreeg, maakten de taak (onbewust) leuker in hun hoofd, zodat de tegenstelling ook opgeheven werd. Ze waren er dus in gaan geloven dat ze de taak leuk vonden en waren hierdoor dus beter in het overtuigen van de persoon na hen.
Als je er zelf maar in gelooft…
Om de cognitieve dissonantie op te heffen, creëer je onbewust gedachten die het allemaal begrijpelijk maken wat je doet. We zoeken dus eerder feiten die onze overtuigingen ondersteunen, dan dat we onze overtuigingen herzien als de feiten anders blijken te zijn.
De cognitieve dissonantie theorie is een verklaring waarom Wilders kon rechtvaardigen dat hij dit jaar geen motie van wantrouwen indiende, terwijl hij dat in 2007 wel deed. En waarschijnlijk is het dus ook zo dat die ex niet minder knap is geworden, maar dat ons brein dat heeft gedaan om de pijn te verlichten. Als je er zelf maar in gelooft, zullen we maar zeggen…

maandag 18 oktober 2010

Een verklaring voor de wachttijd in het ziekenhuis

Laatst was ik ter ondersteuning met mijn tante mee naar het ziekenhuis. We hadden een afspraak bij route 380. Dat is geen highway in de VS, maar een route in het UMC St Radboud, die leidt naar de spataderpoli. Toen mijn tante en ik bij de wachtruimte aankwamen, leek het net of we in een bejaardencentrum terecht waren gekomen. Er zaten welgeteld 22 bejaarde heren en dames in de wachtkamer. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar mijn tante was al niet blij met haar kwaal en toen ze daar binnenstapte voelde ze zich ook nog eens twee keer zo oud.
Priming
Het ging allemaal erg langzaam op de poli. Wanneer een arts zijn patiënt kwam halen, stond deze heel voorzichtig op, greep de rollator en liep dan stapje voor stapje mee naar de kamer van de dokter. “Ken je dat experiment met die bejaarden?" vroeg ik mijn tante. Het experiment gaat over priming. Priming betekent dat iets in je omgeving een bepaald concept in je brein activeert. De activatie van dat concept heeft vervolgens effect op je emotie, cognitie en gedrag. Er worden voortdurend concepten geactiveerd die ons gedrag beïnvloeden, zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Waar krijg je zin in bij de geur van verse koffie? Juist, koffie.
Experiment met bejaarden
Bij het experiment met de bejaarden deden studenten mee aan een taak in het onderzoekslab. In de taak kregen ze verschillende foto’s te zien. Bij de ene groep waren dat foto’s van mensen van middelbare leeftijd en bij de andere groep foto’s van bejaarden. Zoals vaak bij experimenten ging het de onderzoekers niet om de taak. Het ging om het concept dat de foto’s zouden activeren. De verwachting was dat het zien van bejaarden het concept “langzaam” zou activeren. Na afloop van het experiment werd namelijk gemeten hoeveel minuten het de deelnemers kostte naar de uitgang van het lab te lopen. Wat bleek nu? Deelnemers die foto’s van bejaarden hadden gezien liepen langzamer naar de uitgang, dan de controle groep!
Wachttijd op de poli
Dus alleen al door het zien van foto’s  van bejaarden, gaan mensen langzamer lopen. Wat zou het effect zijn van tientallen bejaarden op de medewerkers op een poli?  Zou de arts langzamer lopen en de assistente langzamer typen? Mogelijk gaat er veel tijd verloren, doordat het (loop)tempo op de poli vertraagd is. Wat kunnen we doen om te zorgen dat deze vertraging opgeheven wordt? Kijk, dat zijn nu onderwerpen waar wij onderzoek naar kunnen doen. Op mijn tante en mij heeft het waarschijnlijk weinig effect gehad, want wij wisten niet hoe snel we daar weg moesten zijn.  

dinsdag 28 september 2010

Hé, je zit op mijn plek!

Ik heb sinds kort geen eigen kantoor meer die volhangt met foto’s (en uiteraard andere redelijk onzinnige prullaria), maar een grote werkruimte gedeeld met collega’s. Sommige mensen balen van deze flexwerkplekken, anderen omarmen het met veel enthousiasme (en anderen kunnen het weer overdrijven ;-). Maar hoe je het ook went of keert, de flexwerkplek is niet meer weg te slaan. 

Toch vind ik dat de ‘flex’ van ‘flexwerkplek’ een beetje begint weg te vallen. Wanneer ik ’s ochtends binnenkom, weet ik precies waar Piet zit en is Henk ook niet van zijn plekje weg te slaan. Zelfs enkele flexwerk enthousiastelingen zijn ’s ochtends op hun vaste werkplek te vinden.

Waarom we willen wat we hebben
Toen ik dit zag gebeuren (ik maakte me er helaas ook schuldig aan...), moest ik meteen aan een sociaal experiment denken. Bij dit experiment draaide het echter niet om flexwerkplekken, maar waren mokken en pennen het middelpunt van de aandacht. Tijdens het experiment werd een groep studenten in tweeën gedeeld, waarbij de ene helft een mok ontving en de andere helft een pen. Uiteraard waren deze studenten dolblij dat ze zomaar iets kregen, maar je kunt je voorstellen dat sommigen liever een pen dan een mok hadden gewild of vice versa. Dit dachten de onderzoekers ook en daarom waren ze zo aardig de studenten de gelegenheid tot ruilen te geven. Maar wat bleek: slechts 12% van de studenten was bereid hun mok of pen te ruilen. De overige 88% was zo gehecht geraakt aan hun voorwerp dat ze deze dolgraag mee naar huis wilden nemen. Dit wordt ook wel het endowment effect of de bezitsneiging genoemd, waarbij het verliezen van een product als veel erger wordt ervaren, dan het verkrijgen van een nieuw product als gunstig wordt ervaren.

Mijn flexwerkplek
En zo is het eigenlijk ook een beetje met flexwerken. Je ontdekt een fijn plekje en bombardeert dat spontaan tot jouw hoogsteigen plekje; flexwerkplek of niet. Wanneer iemand anders dan op jouw plek zit bij binnenkomst (hoe durft hij!), voelt dat aan als een verlies. Ook al zit je die dag op een ander fijn plekje, de winst van het verkrijgen van dit plekje weegt bij lange na niet op tegen het verlies van je oude plekje. De flexwerkplek wordt dus eigenlijk steeds meer ‘mijn’ flexwerkplek.

Zo, en nu ga ik maar eens van locatie verwisselen!

vrijdag 24 september 2010

Wat zou jij doen?

Wat zou jij doen als je in de berm een auto scheef ziet staan, waarbij het in een flits lijkt dat de bestuurder met haar hoofd op het stuur ligt? Probeer je ergens te keren of denk je dat anderen wel iets zullen doen? De meeste mensen doen waarschijnlijk het laatste. Het is de pijnlijke waarheid die psychologen ontdekten na de moord op Kitty Genovese.

Kitty Genovese
Het verhaal speelt zich af in New York in de jaren zestig...
De 28 jarige Kitty Genovese reed midden in de nacht naar huis. Toen ze haar auto bij haar flat geparkeerd had, werd ze aangevallen. De belager stak haar midden op straat in haar rug. Kitty schreeuwde het uit. Bewoners van de flat schrokken wakker en keken uit hun raam. Een man riep: “Laat haar met rust!”. De belager nam afstand. Kitty strompelde naar de flat, maar de belager volgde haar weer. Een aantal bewoners riep nog wat, maar al snel was het stil. Kitty was in het portiek toen de man weer achter haar stond. Hij verkrachtte haar en stak haar nog twee keer. Pas na een half uur belde een buurtbewoner de politie. In de ambulance overleed Kitty. Uit het onderzoek van de politie bleek dat verschillende buurtbewoners van elkaar dachten dat de ander wel iets zou ondernemen.*

Diffusion of responsibility
Dit was voor verschillende psychologen aanleiding onderzoek te doen naar dit fenomeen. Hoe kan het dat mensen op zo’n cruciaal moment niet handelen? Het verschijnsel kreeg een naam: diffusion of responsibility. In een van de eerste lessen sociale psychologie leerde ik dit principe en daar ben ik Prof. Roos Vonk nog steeds dankbaar voor.

Auto in de berm
Een paar jaar geleden zag ik in de berm een auto scheef staan en in een flits leek het dat een vrouw met haar hoofd op het stuur lag. Ik schrok en vertelde de bestuurder wat ik zag. “Denk je niet dat anderen wel iets zullen doen?” Bij die vraag gingen alle alarmbellen rinkelen: Nee, dat denk ik niet! We hebben toen een ietwat gevaarlijke U-turn gemaakt. Op het moment dat we de auto naderden, zagen we een politie auto stoppen. Gelukkig!

Dat is natuurlijk ook een manier: 112 bellen. Beter dat tientallen automobilisten 112 bellen, dan dat die mevrouw daar uren had gelegen. Houd dit dus in je achterhoofd: In een situatie waar ook jij actie kunt ondernemen, doe het dan gewoon! Denk maar eens aan Jasper Schuringa die de terrorist overmeesterde in het vliegtuig…

*Er doen allerlei verhalen de ronde over Kitty Genovese. In sommige verhalen wordt zelfs getwijfeld aan de echtheid. Of het verhaal nu waargebeurd is of niet, het illustreert het fenomeen dat we in het dagelijks leven in verschillende verschijningsvormen tegenkomen.

maandag 13 september 2010

Slaap er een nachtje over!

Keuzes maken is soms best lastig. Ik kan zelfs eindeloos twijfelen over zoiets banaals als mijn outfit van de volgende dag. Uit psychologisch onderzoek blijkt gelukkig dat meer mensen moeite hebben met het maken van keuzes. Onze hersenen hebben hier namelijk een bepaalde capaciteit voor nodig. Het is zelfs zo dat we betere beslissingen maken wanneer we uitgerust zijn dan wanneer we uitgeput zijn. 

Uitgeput, hoezo?
Bovenstaande klinkt heel logisch. De omstandigheden waardoor we uitgeput raken zijn echter minder voor de hand liggend. Neem bijvoorbeeld het onderzoek waarbij een groep mensen na het zien van verschrikkelijk saaie beelden gevraagd werd een keuze te maken. Het gemene aan dit onderzoek was dat de saaie beelden gecombineerd werden met leuke teksten. Slechts de helft van de mensen mocht de teksten lezen, de andere helft moest de teksten negeren. Je kunt je voorstellen dat het nog niet zo gemakkelijk is om iets leuks te negeren terwijl je naar iets saais kijkt. Dit bleek inderdaad ook uit het onderzoek: de groep die de teksten moest negeren, was veel meer uitgeput dan de groep die de teksten niet hoefde te negeren. Als een gevolg was de eerste groep ook veel slechter in het maken van de juiste keuze dan de laatste groep. Wanneer je belangrijke keuzes maakt, zorg er dus voor dat je uitgerust bent. 

Complexe beslissingen
Ondanks dat ik me bewust ben van bovenstaand gegeven, is het maken van een keuze soms toch een hele klus. Vooral wanneer het gaat om complexe beslissingen. Neem bijvoorbeeld het kopen van een huis. Volgens Ap Dijksterhuis is het uitzoeken van een huis een lastige keuze; er spelen vele factoren mee die een huis juist wel of niet aantrekkelijk maken. En in tegenstelling tot wat er vaak gedacht wordt, is het niet slim om lang over deze beslissing na te denken. Bewust kunnen we de afweging namelijk minder goed maken dan onbewust. Waarschijnlijk omdat het onbewuste een grotere capaciteit heeft dan het bewuste en dus meer factoren kan meenemen bij de afweging van een keuze.

Kortom: wees goed uitgerust wanneer je een keuze maakt, en zorg voor deze rust door er een nachtje over te slapen ;)

woensdag 1 september 2010

Het leed dat file heet...

Na een middagje Amersfoort stapten een vriendin en ik in de auto naar Nijmegen. Qua timing was onze keuze een ‘beetje dom’. We konden meteen aansluiten in een flinke file. Nergens zagen we een spoor van een ongeluk of iets dergelijks. Waarom dan die opstopping?

Nu las ik in de Kampioen (het ledenblad van de ANWB) dat veel files veroorzaakt, of in ieder geval verergerd, worden door menselijk gedrag. Kijk, daarom hebben wij Other[w]eyes opgericht: alles heeft uiteindelijk te maken met menselijk gedrag. Gedrag kun je beïnvloeden en zo zijn problemen op te lossen.

De oplossing voor het fileprobleem?
Voor een blog is dé oplossing voor het fileprobleem wat veel gevraagd. Er is gewoonweg teveel verkeer in ons kleine land. Bovendien is Nederland nog niet klaar voor het nieuwe werken. Een groot deel werkt nog steeds op de zaak tussen negen en vijf. En de auto blijft voor veel bedrijven het beste vervoermiddel. Het openbaar vervoer verbetert, maar is nog niet optimaal. Dit zijn interessante, maar grootse veranderprocessen. Maar wat kunnen jij en ik nu doen om ons fileleed te besparen?

Japans onderzoek laat zien dat files veroorzaakt worden door ons eigen gedrag.

In het filmpje kun je zien dat de file ontstaat doordat bestuurders niet constant zijn met hun snelheid. Alle bestuurders kregen de instructie 30 kilometer per uur te rijden, maar doordat één auto zijn snelheid laat zakken, moet de auto daarachter remmen en die daar achter nog iets meer. Zo staan de auto’s uiteindelijk stil, terwijl er niets aan de hand is. Dit gebeurt ook op de weg.

Wat kunnen we zelf doen?
Om de doorstroom te bevorderen moeten we scherp zijn. Dat moet je natuurlijk altijd in de auto, maar zeker in de file. Het lijkt altijd zo dat de andere rijbaan sneller doorrijdt dan die van jou. Dat is hetzelfde fenomeen als in de rij bij de supermarkt. Voor mijn gevoel kies ik altijd de verkeerde rij, maar door te verplaatsen ben je uiteindelijk meer tijd kwijt. Je kunt namelijk niet voorspellen wat er voorin de rij gebeurt. Dat geldt ook voor de file, het wisselen van rijbaan in de file verergerd de file. Een ander punt van aandacht is de snelheid van optrekken. Wij zaten in de file heerlijk te kletsen, met als gevolg dat we steeds wat laat optrokken. Nu realiseer ik me dat we daarmee de file alleen maar versterkten. Wederom dus ‘een beetje dom’!

zaterdag 21 augustus 2010

Wé hebben de finale gehaald!

De afgelopen verkiezingen deelde Nederland weer op in links en rechts. De discussies liepen hoog op. Gelukkig was daar het WK in Zuid-Afrika. Het flirten van Rutte en Wilders werd vervangen door het kushandje van Wesley naar Yolanthe. Ruim 12 miljoen Nederlanders, van jong tot oud stonden als één man achter Oranje.

Mooi hè, dat een WK ervoor zorgt dat al die individuen samen één groep vormen? Ineens maakt het niet meer uit welk beroep iemand heeft of waar iemand is opgegroeid. Voetbal brengt mensen samen, maar zoals Rinus Michels het al eens zei: “Voetbal is (ook) oorlog”. Dit jaar werd de bekerfinale tussen Ajax en Feyenoord uit voorzorg in twee wedstrijden gespeeld. De dreiging van geweld was te groot. De beide clubkleuren zijn rood en wit, maar toch heerst er tussen de supporters behoorlijke vijandigheid. Ajax is voor ajacieden de ingroup, terwijl Feyenoorders gezien worden als outgroup. Dit fenomeen, sociale categorisatie, heeft vele gevolgen. Mensen van onze ingroup zien we als beter, slimmer en knapper. Ook als die indeling volstrekt willekeurig is. Bij introducties worden studenten bijvoorbeeld willekeurig ingedeeld in groepen met rode en blauwe shirts. Mensen met dezelfde kleur bevoordelen elkaar, ook al hadden ze net zo goed bij de andere kunnen horen.

Waarom we dat doen?
Simpelweg om een goed gevoel over onszelf te houden. Volgens de sociale identiteitstheorie zien we onze eigen groep positiever, zodat we onze zelfwaardering hoog kunnen houden. Gelukkig ligt sociale categorisatie niet zo vast als het lijkt. Het is afhankelijk van de context. Ter vergelijking, als je in het buitenland bent, zeg je: ik kom uit Nederland. Wanneer je echter in Nederland bent, zal je vertellen in welke plaats je woont.

Wanneer het Nederlands elftal in de finale staat, is het niet meer relevant welke club uit de eredivisie jouw voorkeur heeft. Oranje is de ingroup, dus hand in hand kijken we naar ons Oranje. Misschien kunnen we daar ook iets mee voor de politiek…

donderdag 12 augustus 2010

Thinking straight while seeing red

Ondanks dat sociale psychologie mijn passie is, heeft het één nadeel: sommige resultaten van de psychologische onderzoeken liggen in lijn met onze (logische) verwachtingen.  Neem bijvoorbeeld het principe van wederkerigheid. Dit principe is veelvuldig onderzocht en laat zien dat mensen sneller op je verzoek instemmen wanneer je van te voren moeite voor ze hebt gedaan. Logisch toch? Hierdoor krijg ik weleens de vraag waarom sociaal psychologische onderzoeken nuttig zijn: men vindt het allemaal te veel voor de hand liggen.

Zijn er ook nuttige onderzoeken dan?
Er zijn echter ook veel onderzoeken met minder voor de handliggende resultaten. Laatst las ik zo’n onderzoek over woede en boosheid. We weten dat woedende mensen meer discrimineren, vaker agressief zijn en risico’s onderschatten. Daarbij nemen we automatisch aan dat woede het helder nadenken aantast. Waarom zouden woedende mensen anders zulke stomme acties vertonen?

Verassende resultaten
Deze aanname blijkt echter helemaal niet zo logisch als we denken. Uit drie recente onderzoeken van Wesley Moons en Diane Mackie is gebleken dat woedende mensen juist meer - in plaats van minder - rationeel en analytisch nadenken. Tijdens het onderzoek riepen zij woede op bij hun proefpersonen. Daarna kregen de proefpersonen verschillende argumenten te horen voor een weinig populaire stelling. De proefpersonen met woede waren verassend genoeg meer analytisch in hun denken dan de proefpersonen zonder woede. Soms is de actie van een woedende persoon dus het resultaat van heldere beredenatie en niet van blinde woede.

Blijf nieuwsgierig
Stel je voor dat dit nooit onderzocht was. Dan hadden we nu minder inzichten gehad in het hoe en waarom van woede en de gevolgen daarvan. Soms is het dus juist nuttig om logische veronderstellingen te onderzoeken. 

maandag 2 augustus 2010

Bescheiden mannen

Ik weet niet beter dan dat er bij elke vergadering een man aanwezig is die iets te veel van zijn eigen aanwezigheid geniet. Geheel onbescheiden betreed hij het podium, om daar het komende uur niet meer vanaf te komen.

Omdat ik dan toch nauwelijks aan het woord kom, heb ik alle tijd om na te denken. Logischerwijs heb ik me vaak afgevraagd waarom dergelijke mannen in hemelsnaam zo veel praten en zo weinig luisteren. Ben ik - of zijn de andere aanwezigen - zo oninteressant?

De verklaring
Gelukkig heb ik een onderzoek gevonden dat mijn enigszins ingedeukte ego herstelt. Moss-Racusin is een promovendi aan de Amerikaanse Rutgers’ Department of Psychology en onderzocht het effect van bescheidenheid op de beoordeling van mannen. Uit het onderzoek bleek dat bescheiden mannen als even competent werden beoordeeld als onbescheiden mannen. Maar - en hier komt het - bescheiden mannen werden minder aardig gevonden. Moss-Racusin verklaart dit door de Amerikaanse sociale verwachtingen waaraan mannen moeten voldoen. Van mannen wordt verwacht dat ze dominant zijn; bescheidenheid is een zwakte.

Aardige mannen?
We kunnen dus voorzichtig stellen dat mannen geen keus hebben. Er wordt van ze verwacht dat ze een bepaalde mate van dominantie vertonen, of dat nou in de kroeg is of tijdens vergaderingen. Toch kom ik in mijn leven ook veel bescheiden aardige mannen tegen. Aardiger dan de onbescheiden en dominante mannen. Want zeg nou zelf: een heel uur abstracte zinnen produceren tijdens een vergadering is bewonderenswaardig, maar of we daar nou iemand aardiger door gaan vinden. Wellicht dat sommige mannen (en vrouwen) iets te veel veramerikaniseren...

vrijdag 30 juli 2010

Met de benen op tafel

‘Met de benen op tafel, sparren en een dagje op de hei’ wie kent het niet? Twee weten meer dan één en hoe meer zielen hoe meer vreugd, dus dagelijks zit vergadercentra vol met enthousiastelingen. Ook wij worden regelmatig gevraagd om mee te denken in subgroepjes. Erg leuk natuurlijk, maar is een brainstorm eigenlijk wel zo effectief?

Uit onderzoek is gebleken dat in een brainstorm minder ideeën ontstaan, dan wanneer je mensen eerst apart de opdracht geeft ideeën te genereren en daarna pas groepsgewijs. Het is zelfs zo, hoe groter de groep, hoe lager het rendement. Hoe komt dit?

De nadelen van een brainstorm
Misschien herken je dit wel: tijdens een brainstorm ontstaat in je hoofd een soort storm van ideeën. Briljant, maar een ander is aan het woord. Ook een interessant punt, goh zeg..  En dan stilte, een perfect moment om jouw idee naar voren te brengen. Je ademt in en…wat had je nou bedacht? Iets met…en de volgende is alweer aan het woord. Helaas heb je niet de cognitieve capaciteit om oplossingen te bedenken, te luisteren en nog op te letten wanneer je aan de beurt bent. Dit heeft ook tot gevolg dat de verantwoordelijkheid verspreid in een groep (diffusion of responsibility). De bijdrage van ieder groepslid is niet echt te onderscheiden. Hierdoor leunen mensen naar achter en liften mee op andermans ideeën (social loafing).  

Eerst individueel
Kortom, het rendement van een slecht voorbereide brainstorm is lager dan de optelsom van de individuele ideeën. Hoe komt het dan toch dat we allemaal denken dat een brainstorm wel effectief is? Dat komt doordat we iets te optimistisch zijn over onze eigen prestaties (onrealistisch optimisme). Als in een brainstorm plannen zijn gemaakt, blijkt dat mensen achteraf allemaal denken dat zij een bovengemiddelde bijdrage hebben gehad. Goed voor ieders ego natuurlijk, maar minder voor het uiteindelijke resultaat. Wil je een effectieve brainstorm, zorg dan dat je groepsleden eerst individueel aan de slag laat gaan.

donderdag 29 juli 2010

Het effect van complimentjes

We geven allemaal wel eens complimentjes aan een ander. “Mooie jas, goed gedaan, lekker gekookt” zijn veel voorkomende voorbeelden. Maar waarom geven we eigenlijk complimentjes? Wellicht omdat het geven van een complimentje vaak effectief is. Zo voelen mensen zich beter nadat ze een complimentje ontvangen, beoordelen ze degene die een complimentje geeft als positiever, en helpen complimentjes tegen ziekteverzuim.


Onterechte complimentjes?
Genoeg voordelen dus. Maar hoe zit het met onterechte complimentjes; kennen deze dezelfde voordelen? Het antwoord blijkt helaas niet makkelijk te zijn. Aan de ene kant leiden onterechte complimentjes bij kinderen tot een verminderde motivatie om hard te werken en een competitieve instelling. Morele waarden en normen spelen bij deze kinderen een kleinere rol dan bij kinderen die weinig onterechte complimentjes ontvangen.

Het geven van onterechte complimentjes kan echter ook voordelen hebben. Zo blijkt uit onderzoek dat degene die onterechte complimentjes ontvangt, de gever van deze complimentjes als geloofwaardig en oprecht beschouwt. Het is dan ook niet vreemd dat verkopers die erop los slijmen, twee keer zoveel verkopen als verkopers die gewoon zo aardig mogelijk doen. En dat leidinggevenden eerder een bonus geven aan een werknemer die tegen hén slijmt dan aan een ander.

Conclusie
Onterechte complimentjes hebben dus nagenoeg dezelfde positieve effecten als terechte complimentjes, alleen kan het leiden tot een verkeerde instelling bij de gecomplimenteerde. Maar ach, als jouw doel zodoende bereikt wordt...

Zichtbaar zijn

Laatst fietste ik ’s avonds laat van de kroeg naar huis. Ik had me die avond prima vermaakt en stapte met een goed humeur op mijn fiets. Toen er echter een politieauto iets te langzaam voorbij reed, werd ik ineens achterdochtig. “Heb ik mijn lichten wel aan, ben ik niet door rood gereden?”.

Gevoelens van onveiligheid
In plaats van dat ik me veilig zou moeten voelen, voelde ik me juist onveilig. En dat is niet de doelstelling die de politie heeft bij het rondlopen door de wijk. Uit eerder onderzoek is gebleken dat ik op zo’n moment niet de enige ben; de zichtbaarheid van de politie leidde bij sommige mensen tot gevoelens van onveiligheid. Men ging zich namelijk focussen op de onveilige kenmerken van de omgeving in plaats van op de veilige kenmerken.


Zichtbaarheid en de Belastingdienst
Dit is een mooi voorbeeld van het tegenovergestelde effect bereiken dan beoogd. Als we de lijn doortrekken vanuit het voorbeeld van de politie, wat is dan het effect van de zichtbaarheid van andere diensten?

De Belastingdienst is op dit moment bezig met het aanschaffen van uniformen voor medewerkers die buiten patrouilleren. Maar stel je voor dat je buiten twee mannen in een uniform van de belastingdienst ziet lopen. Heeft dit een positief of negatief effect op je?

Attitudes
Als we kijken naar de invloed van attitudes, vinden we twee mogelijke antwoorden op deze vraag. Je kunt het als positief ervaren, bijvoorbeeld doordat de Belastingdienst benaderbaar is. Maar gezien het negatieve imago van de Belastingdienst is de kans groter dat je het als negatief ervaart.

Uit ons onderzoek blijkt dat het woord 'Belastingdienst' in de hersenen geassocieerd wordt met negatieve categorieën. Zo linken wij de Belastingdienst sneller aan een pistool dan aan een bloem. Wanneer al deze negatieve associaties geactiveerd worden - tezamen met de mogelijke negatieve associaties van een uniform - is de kans op een negatieve attitude verhoogt.

Het aanschaffen van uniformen is vanuit dit oogpunt dus niet een al te best idee. Maar wellicht dat mensen -uit angst voor een controle- wel netjes hun belasting betalen. Het is maar hoe je het bekijkt!