dinsdag 12 oktober 2010
maandag 4 oktober 2010
Sociale bewijskracht op het CDA congres
Afgelopen zaterdag vond het CDA congres plaats. De live uitzending trok een recordaantal kijkers, tijdens de stemming maar liefst 1,4 miljoen. Het was dan ook erg spannend: zou het congres voor of tegen kabinetsdeelname stemmen?
De stemming
Aan het eind van een lange dag zaten ruim 4000 leden met rode wangen van de warmte en vermoeidheid klaar voor de stemming. Hier waren ze voor gekomen…
De procedure van de stemming zorgde voor een boel verwarring. Er werden verschillende resoluties voorgelegd aan het congres. De formulering was niet altijd even duidelijk, bijvoorbeeld: “Deze resolutie is eigenlijk het tegenovergestelde van de vorige, bent u voor of tegen?”. Bovendien was er gedoe met gekleurde stemkaarten: “Is dit nou paars?”. Kortom, er was veel onduidelijkheid over de stemming en de leden waren uitgeput van de lange dag. Mogelijk heeft dit effect gehad op het stemgedrag.
Uitputting en sociale bewijskracht
“Om een goede beslissing te maken, moet je uitgerust zijn” stellen we in onze blog van 13 september. Bij uitputting hebben mensen niet genoeg cognitieve capaciteit om een bewuste afweging te maken van het juiste gedrag.
Wanneer mensen niet goed weten wat ze moeten doen, kijken ze naar anderen om te bepalen wat het juiste gedrag is in een bepaalde situatie. We zijn dan sterk geneigd de meerderheid te volgen. Dit principe noemen we in de psychologie: sociale bewijskracht. Zo bleek uit onderzoek bijvoorbeeld dat wanneer één iemand op straat omhoog keek, slechts 15% van de passerende mensen dit ook deed. Wanneer echter vijftien mensen omhoog keken, deed 85% van de passanten dit ook. Je komt principe overal tegen. Als je bijvoorbeeld in de trein niet weet aan welke kant het perron komt, ga je staan aan de kant waar al anderen staan. Het algemene gedachtegoed hierbij is: “als iedereen het doet, zal het wel juist zijn om het ook te doen”.
Effecten op het CDA congres
De uitslag van het congres was 68% voor en 32% tegen. Doordat de stemming met gekleurde kaarten gedaan werd, konden mensen makkelijk zien wat de meerderheid deed. Het kan dus zijn dat mensen bij de stemming hun beslissing hebben gemaakt op basis van sociale bewijskracht. Dit kunnen we natuurlijk niet met zekerheid bepalen.
Om te zorgen dat mensen een bewuste afweging maken, is het belangrijk dat mensen uitgerust zijn. Een lange en emotionele dag is geen goede basis voor een stemronde. Beter was het geweest deelnemers een nachtje te laten slapen over hun keuze. Uit vele onderzoeken is gebleken dat mensen dan een betere keuze maken (zie blog 13 september). Ook kunnen stemkastjes bijdragen aan het voorkomen van sociale bewijskracht, omdat mensen dan hun eigen keuze moeten maken.
De stemming
Aan het eind van een lange dag zaten ruim 4000 leden met rode wangen van de warmte en vermoeidheid klaar voor de stemming. Hier waren ze voor gekomen…
De procedure van de stemming zorgde voor een boel verwarring. Er werden verschillende resoluties voorgelegd aan het congres. De formulering was niet altijd even duidelijk, bijvoorbeeld: “Deze resolutie is eigenlijk het tegenovergestelde van de vorige, bent u voor of tegen?”. Bovendien was er gedoe met gekleurde stemkaarten: “Is dit nou paars?”. Kortom, er was veel onduidelijkheid over de stemming en de leden waren uitgeput van de lange dag. Mogelijk heeft dit effect gehad op het stemgedrag.
Uitputting en sociale bewijskracht
“Om een goede beslissing te maken, moet je uitgerust zijn” stellen we in onze blog van 13 september. Bij uitputting hebben mensen niet genoeg cognitieve capaciteit om een bewuste afweging te maken van het juiste gedrag.
Wanneer mensen niet goed weten wat ze moeten doen, kijken ze naar anderen om te bepalen wat het juiste gedrag is in een bepaalde situatie. We zijn dan sterk geneigd de meerderheid te volgen. Dit principe noemen we in de psychologie: sociale bewijskracht. Zo bleek uit onderzoek bijvoorbeeld dat wanneer één iemand op straat omhoog keek, slechts 15% van de passerende mensen dit ook deed. Wanneer echter vijftien mensen omhoog keken, deed 85% van de passanten dit ook. Je komt principe overal tegen. Als je bijvoorbeeld in de trein niet weet aan welke kant het perron komt, ga je staan aan de kant waar al anderen staan. Het algemene gedachtegoed hierbij is: “als iedereen het doet, zal het wel juist zijn om het ook te doen”.
Effecten op het CDA congres
De uitslag van het congres was 68% voor en 32% tegen. Doordat de stemming met gekleurde kaarten gedaan werd, konden mensen makkelijk zien wat de meerderheid deed. Het kan dus zijn dat mensen bij de stemming hun beslissing hebben gemaakt op basis van sociale bewijskracht. Dit kunnen we natuurlijk niet met zekerheid bepalen.
Om te zorgen dat mensen een bewuste afweging maken, is het belangrijk dat mensen uitgerust zijn. Een lange en emotionele dag is geen goede basis voor een stemronde. Beter was het geweest deelnemers een nachtje te laten slapen over hun keuze. Uit vele onderzoeken is gebleken dat mensen dan een betere keuze maken (zie blog 13 september). Ook kunnen stemkastjes bijdragen aan het voorkomen van sociale bewijskracht, omdat mensen dan hun eigen keuze moeten maken.
dinsdag 28 september 2010
Hé, je zit op mijn plek!
Ik heb sinds kort geen eigen kantoor meer die volhangt met foto’s (en uiteraard andere redelijk onzinnige prullaria), maar een grote werkruimte gedeeld met collega’s. Sommige mensen balen van deze flexwerkplekken, anderen omarmen het met veel enthousiasme (en anderen kunnen het weer overdrijven ;-). Maar hoe je het ook went of keert, de flexwerkplek is niet meer weg te slaan.
Toch vind ik dat de ‘flex’ van ‘flexwerkplek’ een beetje begint weg te vallen. Wanneer ik ’s ochtends binnenkom, weet ik precies waar Piet zit en is Henk ook niet van zijn plekje weg te slaan. Zelfs enkele flexwerk enthousiastelingen zijn ’s ochtends op hun vaste werkplek te vinden.
Waarom we willen wat we hebben
Toen ik dit zag gebeuren (ik maakte me er helaas ook schuldig aan...), moest ik meteen aan een sociaal experiment denken. Bij dit experiment draaide het echter niet om flexwerkplekken, maar waren mokken en pennen het middelpunt van de aandacht. Tijdens het experiment werd een groep studenten in tweeën gedeeld, waarbij de ene helft een mok ontving en de andere helft een pen. Uiteraard waren deze studenten dolblij dat ze zomaar iets kregen, maar je kunt je voorstellen dat sommigen liever een pen dan een mok hadden gewild of vice versa. Dit dachten de onderzoekers ook en daarom waren ze zo aardig de studenten de gelegenheid tot ruilen te geven. Maar wat bleek: slechts 12% van de studenten was bereid hun mok of pen te ruilen. De overige 88% was zo gehecht geraakt aan hun voorwerp dat ze deze dolgraag mee naar huis wilden nemen. Dit wordt ook wel het endowment effect of de bezitsneiging genoemd, waarbij het verliezen van een product als veel erger wordt ervaren, dan het verkrijgen van een nieuw product als gunstig wordt ervaren.
Mijn flexwerkplek
En zo is het eigenlijk ook een beetje met flexwerken. Je ontdekt een fijn plekje en bombardeert dat spontaan tot jouw hoogsteigen plekje; flexwerkplek of niet. Wanneer iemand anders dan op jouw plek zit bij binnenkomst (hoe durft hij!), voelt dat aan als een verlies. Ook al zit je die dag op een ander fijn plekje, de winst van het verkrijgen van dit plekje weegt bij lange na niet op tegen het verlies van je oude plekje. De flexwerkplek wordt dus eigenlijk steeds meer ‘mijn’ flexwerkplek.
Zo, en nu ga ik maar eens van locatie verwisselen!
vrijdag 24 september 2010
Wat zou jij doen?
Wat zou jij doen als je in de berm een auto scheef ziet staan, waarbij het in een flits lijkt dat de bestuurder met haar hoofd op het stuur ligt? Probeer je ergens te keren of denk je dat anderen wel iets zullen doen? De meeste mensen doen waarschijnlijk het laatste. Het is de pijnlijke waarheid die psychologen ontdekten na de moord op Kitty Genovese.
De 28 jarige Kitty Genovese reed midden in de nacht naar huis. Toen ze haar auto bij haar flat geparkeerd had, werd ze aangevallen. De belager stak haar midden op straat in haar rug. Kitty schreeuwde het uit. Bewoners van de flat schrokken wakker en keken uit hun raam. Een man riep: “Laat haar met rust!”. De belager nam afstand. Kitty strompelde naar de flat, maar de belager volgde haar weer. Een aantal bewoners riep nog wat, maar al snel was het stil. Kitty was in het portiek toen de man weer achter haar stond. Hij verkrachtte haar en stak haar nog twee keer. Pas na een half uur belde een buurtbewoner de politie. In de ambulance overleed Kitty. Uit het onderzoek van de politie bleek dat verschillende buurtbewoners van elkaar dachten dat de ander wel iets zou ondernemen.*
Diffusion of responsibility
Dit was voor verschillende psychologen aanleiding onderzoek te doen naar dit fenomeen. Hoe kan het dat mensen op zo’n cruciaal moment niet handelen? Het verschijnsel kreeg een naam: diffusion of responsibility. In een van de eerste lessen sociale psychologie leerde ik dit principe en daar ben ik Prof. Roos Vonk nog steeds dankbaar voor.
Auto in de berm
Een paar jaar geleden zag ik in de berm een auto scheef staan en in een flits leek het dat een vrouw met haar hoofd op het stuur lag. Ik schrok en vertelde de bestuurder wat ik zag. “Denk je niet dat anderen wel iets zullen doen?” Bij die vraag gingen alle alarmbellen rinkelen: Nee, dat denk ik niet! We hebben toen een ietwat gevaarlijke U-turn gemaakt. Op het moment dat we de auto naderden, zagen we een politie auto stoppen. Gelukkig!
Dat is natuurlijk ook een manier: 112 bellen. Beter dat tientallen automobilisten 112 bellen, dan dat die mevrouw daar uren had gelegen. Houd dit dus in je achterhoofd: In een situatie waar ook jij actie kunt ondernemen, doe het dan gewoon! Denk maar eens aan Jasper Schuringa die de terrorist overmeesterde in het vliegtuig…
*Er doen allerlei verhalen de ronde over Kitty Genovese. In sommige verhalen wordt zelfs getwijfeld aan de echtheid. Of het verhaal nu waargebeurd is of niet, het illustreert het fenomeen dat we in het dagelijks leven in verschillende verschijningsvormen tegenkomen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

