maandag 29 augustus 2011

Laat iemand anders iets positiefs over jou zeggen!

Laatst vroeg iemand: “Zijn jullie echt goed in wat jullie doen?”. Natuurlijk zijn we goed! Ik kan genoeg argumenten of voorbeelden geven die dit standpunt ondersteunen, maar toch merk ik dat het altijd ongemakkelijk is zo’n vraag te beantwoorden. Je voelt je meteen zo’n opschepper. Ook als anderen vol trots vertellen hoe goed ze zijn, merk ik dat ik dit meteen in twijfel trek. Eigenlijk ga ik er dan vaak vanuit dat het vast allemaal niet zo positief is als diegene mij wil laten geloven. Nu kan je over jezelf zeggen hoe goed je bent, maar misschien is het wel effectiever (en prettiger voor jezelf) om dit door anderen te laten doen.

In een sollicitatiebrief

Gelukkig ben ik niet de enige die het irritant vind, als iemand vertelt hoe goed hij of zij is. Uit onderzoek komt dit ook naar voren. In een onderzoek kreeg de ene groep een sollicitatiebrief te lezen waarin de sollicitant zichzelf als zeer bekwaam en vaardig beschreef. De andere helft kreeg een referentiebrief van de leidinggevende van de sollicitant te lezen, inhoudelijk dezelfde brief. Waarschijnlijk raad je het al, de lezers van de referentiebrief waren enthousiaster over de sollicitant, dan de lezers van de sollicitatiebrief. Het subject van de referentiebrief werd bekwamer en minder vervelend bevonden. Blijkbaar vat men de referentie op als een soort bewijs: als iemand anders het zegt, zal het wel waar zijn!

Op een datingsite
Niet alleen in een sollicitatie setting is het nuttig om een referent in te schakelen; ook in een meer sociale setting blijkt dit principe te werken. In eenzelfde soort onderzoek kreeg de ene groep deelnemers een contactadvertentie te lezen waarbij iemand zichzelf beschreef als een leuke, gezellige m/v. De andere helft kreeg dezelfde advertentie te lezen, maar deze was geschreven door een goede vriend van de m/v. Wederom zagen de onderzoekers hier dat de contactadvertentie geschreven voor een goede vriend een stuk beter beoordeeld werd dan de zelf geschreven advertentie. Een handige tip als je bijvoorbeeld actief bent op een datingsite!

Hoe verklaren we dit?
Zoals ik van mezelf ook weet, bekijken we uitspraken die mensen over zichzelf doen met de nodige achterdocht. We weten van onszelf ook dat we ons soms beter voor willen doen dan we eigenlijk zijn en gaan er dus van uit dat anderen dat ook wel zullen doen. Het oordeel van een derde biedt dus het nodige bewijs. Tijd om referenties te verzamelen dus! 

vrijdag 26 augustus 2011

Een autoruit die ons de weg wijst?

Vorige week heb ik eindelijk een TomTom gekocht. Sinds we de nieuwe Other[w]eyes auto’s hebben, begin ik autorijden eindelijk een beetje leuk te vinden. Als fervent openbaar vervoer reiziger moet ik er steeds aan wennen dat je bij autorijden voortdurend geconcentreerd moet zijn. In de trein kan je heerlijk onderuit gezakt een krantje lezen, koffie drinken of gewoon dom uit het raam staren. Vooral op grote kruispunten moest ik alle zeilen bijzetten om te ontdekken welke afslag ik moet hebben en welke rijbaan ik dan het beste kan nemen. Gelukkig heeft mijn nieuwe TomTom rijbaanbegeleiding en blijkt de auto industrie hard op weg om het ons als bestuurders zo makkelijk mogelijk te maken.

Augmented reality
 De technische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Komende jaren kunnen we in nieuwe auto’s allerlei handige snufjes verwachten die ons helpen keuzes te maken in het verkeer. Dit is gebaseerd op een innovatieve technologie. Deze techniek noemt men Augmented Reality: het toevoegen van computergemaakte beelden aan reëele beelden. Je krijgt meer informatie over je omgeving dan je normaal waar zou kunnen nemen (toegevoegde realiteit). De techniek legt als het ware een informatieve laag over de werkelijkheid. Op basis van internet en GPS worden informatiebronnen gekoppeld aan de locatie waar je bent. Je kan deze laag zien door een speciale bril te dragen of te kijken naar projecties, maar het kan ook gewoon op het scherm van je smartphone. Stel je bent op zoek naar een restaurant. Je kijkt om je heen, maar ziet niet direct een geschikte locatie (reëele werkelijkheid). Je pakt je telefoon en zet deze aan het werk om informatie te genereren over de restaurants in jouw buurt. Ineens zie je (virtueel) tien opties met daarbij ook nog de beoordelingen van anderen. Handig!

Toepassingen in de praktijk
Er zijn uiteenlopende toepassingen bedacht om deze technologie in te zetten. Een aantal daarvan wordt in de praktijk al gebruikt, zoals de apps op de mobiele telefoons waarmee je allerlei nuttige informatie uit je omgeving kan binnenhalen. Ook kan het mogelijk dienen als handleiding bij het in elkaar zetten van bijvoorbeeld bouwpakketten of het verwisselen van een autoband. Op je scherm of door een speciale bril zie je precies welke handelingen je moet doen om het project tot een goed einde te brengen. Een ander voorbeeld is het zien van buitenspel bij een voetbalwedstrijd. Op televisie zie je een grote rode lijn die de grens in beeld brengt, zodat je in een oogopslag kunt zien of het buitenspel is. Het zou een lijnrechter veel heen en weer rennen schelen als hij gewoon op een scherm met augmented reality kan beoordelen of het buitenspel was of niet…

Leidt het af?
De auto-industrie is momenteel druk bezig om allerlei hippe en handige snufjes te bedenken om hun auto onderscheidend te laten zijn. De auto die vanzelf stopt als er voor je geremd wordt en die in de moeilijkste plekjes weet in te parkeren (doe mij die maar!). Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat al deze extra functies ervoor kunnen zorgen dat we het idee hebben dat we minder goed hoeven op te letten tijdens het rijden. Daarbij kan de grote hoeveelheid informatie ons juist ook afleiden. Wanneer wij denken dat we het allemaal makkelijk kunnen combineren, kan het weleens heel gevaarlijk worden op de weg. We zullen ons moeten blijven concentreren, zodat we adrem op onverwachte situaties kunnen reageren en anders moet je toch maar lekker met de trein gaan ;-)


maandag 22 augustus 2011

Doorzichtige afvalbakken: vies of sociaal bewijs?


Is het zo dat een doorzichtige afvalbak voor minder zwerfafval zorgt door het principe van sociale bewijskracht? Aan de ene kant zou je denken: ja, want mensen zien hoeveel afval er al weg is gegooid door anderen. Het principe van sociale bewijskracht kan ervoor zorgen ervoor dat mensen denken: "als anderen het ook doen..". Bij het idee van een doorzichtige afvalbak kreeg ik zelf de rillingen. Heb je weleens in een afvalbak gekeken? Soms moet je dichtbij komen om er nog iets bij te proppen en dan zie je vieze bakjes saus en ondefinieerbare halfvergane etenswaren: smerig! Bij een doorzichtige afvalbak zie je al die smerigheden overduidelijk zitten. Behalve dat het mij ontzettend vies lijkt, kan het mogelijk ook een averechts effect hebben.

Het bushokje als afvalbak
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat wanneer de omgeving er onverzorgd uitziet, mensen geneigd zijn zelf ook meer rotzooi te maken. In Nieuw-Zeeland bereikten de makers hierdoor een averechts met een anti-afval campagne. De campagne was ludiek van opzet. Het afval dat mensen achterlieten bij de bushalte werd elke dag verzameld in de abri van de bushalte. Bij deze doorschijnende afvalbak plaatsten ze de tekst: “This is the rubbish dropped around this busstop since monday”. Heel origineel en trekt vast de aandacht, maar bereikt het ook het gewenste effect? Helaas bleken mensen juist meer afval achter te laten. Mogelijk omdat ze allemaal hun eigen aandeel aan het kunstwerk wilden hebben (Kijk, dat is mijn flesje!), maar negatieve sociale bewijskracht kan ook een rol gespeeld hebben.

Broken window theory
Al in de jaren tachtig stelden criminologen dat wanorde in de omgeving bijdraagt aan het ontstaan van criminaliteit. Daarop voortbordurend onderzochten Groningse sociologen deze zogenaamde broken window theory: leidt een puinhoop tot meer puinhoop? Ze onderzochten dit in verschillende experimenten. In het ene experiment hielden ze op afstand de wacht bij een hek waarop twee borden hingen: “Geen doorgang” en “Hier geen fietsen plaatsen”. Toen er geen fietsen tegen het hek stonden, ging toch nog 27% toch door het hek (het was een kortere route). Vervolgens zetten de onderzoekers een aantal fietsen tegen het hek, dit had tot gevolg dat maar liefst 82% van de mensen de doorgang gebruikte! In een ander experiment vonden de onderzoekers eenzelfde effect. In een steegje waar een verbodsbord op het spuiten van graffiti stond, hingen ze onzinnige reclamefoldertjes aan de sturen van de fietsen. Toen de eigenaren van de fietsen terugkwamen gooide een derde het foldertje op de grond. Vervolgens gingen de onderzoekers aan de slag met bussen graffiti en spoten de muren helemaal vol. Terwijl de nietsvermoedende deelnemers aan het onderzoek zich niet eens altijd bewust waren van het verbroken graffiti verbod, gooide maar liefst 69% het reclame foldertje zonder pardon op straat! 

Smerig, maar effectief
Deze experimenten laten zien dat wanneer anderen verboden hebben genegeerd, dat kan leiden tot ongewenst gedrag. Hoe goed bedoeld ook, het zien van de enorme hoeveelheden afval dat mensen laten slingeren bij een bushokje was dus niet een beste zet. Wanneer de afvalbakken doorzichtig zijn, zie je dat anderen voor je wel het juiste gedrag hebben vertoond. Het afval ligt waar het hoort, mogelijk treedt hier dus toch positieve sociale bewijskracht op. Maar hoe dan ook blijf ik het toch een smerig idee vinden: een doorzichtige afvalbak.. Een schone omgeving die laat zien dat anderen het goed doen, spreekt mij dan toch meer aan.

donderdag 18 augustus 2011

De penalty van Edwin van der Sar


Waarom Anelka in de andere hoek had moeten schieten…

Twee weken geleden nam ‘onze’ Edwin van der Sar afscheid als profvoetballer. Het was een indrukwekkende ceremonie, de uitverkochte arena en al die bekende gezichten uit voetballand. In de compilaties van zijn carrière kwam regelmatig terug dat een keeper de drang heeft om een bepalend moment te hebben. Dit moment had van der Sar uiteindelijk op 21 mei 2008 toen hij de bepalende penalty stopte en met Manchester de Europa Cup won. Penalty series zijn voor veel mensen te spannend om naar te kijken en leiden tot vluchtgedrag (roken, bier halen of naar de wc, heb het allemaal gezien). Kun je nagaan hoe dit voor een keeper moet zijn; alle ogen zijn op jou gericht, het is een tegen een. De keuze moet in een splitsecond gemaakt worden. Binnen 0.2 – 0.3 seconden is de bal bij het doel…

Blijven staan of springen?
In die korte tijd moet de keeper een keuze maken: wat gaat hij doen? Uit onderzoek is gebleken dat keepers hun keuze maken voordat zij hebben kunnen zien wat de speler tegenover ze gaat doen. Maar waar baseren ze die keuze op? Uit een analyse van 286 penalty’s blijkt dat de optimale strategie om de penalty te stoppen is: niets doen. In het midden blijven staan zorgt voor de grootste 'pakkans'. Toch blijkt dat de meeste keepers juist wel in actie komen en naar rechts of links springen. Dit te verklaren doordat de norm is om niet stil te blijven staan. Zeker wanneer het niet goed is gegaan is het de norm om in actie te komen. Dit verklaart ook waarom men van coaches verwacht dat ze na een zware nederlaag in actie komen door bijvoorbeeld de teamopstelling te veranderen. Dit terwijl er ook iets voor te zeggen is dat de huidige spelers geleerd hebben van de nederlaag, maar dat is een ander verhaal.

Rechts of links?                 
De meeste keepers komen dus in actie, maar is ook te verklaren waarom ze een bepaalde kant kiezen? Amsterdamse onderzoekers analyseerden alle penalty series van 1982 tot 2010 (alles voor het onderzoek) en ontdekten een patroon. Over het algemeen sprongen keepers even vaak naar rechts als naar links, behalve wanneer het er echt om ging. Wanneer het team achter stond in de penalty serie sprong de keeper vaker naar rechts. Dit verklaren de onderzoekers door activiteit in onze linkerhersenhelft. De linkerhersenhelft wordt geactiveerd bij het streven naar positieve doelen en stuurt de rechterkant van ons lichaam aan. Bij het nastreven van iets positiefs krijgen we de neiging naar rechts te bewegen. In een simpel experiment waarbij mensen snel een lijn in twee gelijke delen moesten verdelen, zorgde tijdsdruk ervoor dat ze meer naar rechts neigden. Wanneer het team achter staat kan de keeper zijn bepalende moment behalen, iets wat voor keepers heel belangrijk is. Het zal dus geen verrassing zijn welke kant van der Sar op sprong tijdens zijn beslissende moment… (zie foto).