vrijdag 19 november 2010

Hoe komt het dat Carlo zo goed imiteert?

De TVKantine won dit jaar de televizierring. Fascinerend te zien hoe goed Carlo&Irene typetjes nadoen! Laatst zag ik Rene van der Gijp op televisie, tenminste dat dacht ik, want het was Carlo Boszhard die weer eens een typetje deed. Volgens mij zou ik niet eens in de buurt komen als ik een poging deed iemand te imiteren. Hoe komt het dat Carlo dit zo goed kan?

Pavlov
Gisteren zag ik een aflevering van het nieuwe televisieprogramma Pavlov. De makers gaan op zoek naar het antwoord op de vraag: 'Waarom ben ik zo?' Deze aflevering ging over het talent van Carlo Boszhard. De onderzoekers op 'onze' Radboud Universiteit in Nijmegen lieten glunderend de wetenschap los op deze beroemde proefpersoon.

Dialect
Het lijkt mij vooral moeilijk helemaal te klinken als het typetje dat je nadoet. Als ik een poging doe Limburgs te praten wanneer ik een vriendin in dialect hoor telefoneren, lacht ze me vierkant uit. Carlo blijkt echter gemakkelijk een onbekend dialect na te kunnen doen. De presentator van het programma deed ook een tevergeefse poging, waardoor snel duidelijk werd dat Carlo hier echt goed in is.

Hersenscan
Bij dit onderzoek hoort ook een hersenscan, zodat we kunnen zien wat er in het hoofd van Carlo gebeurt. Uit een MEG (registreert activatie in de hersenen) blijkt dat in het brein van Carlo naast het visuele gebied ook het motorische gebied geactiveerd wordt. Deze zogenaamde spiegelneuronen worden actief bij het zien van een filmpje van Foppe de Haan. Deze activatie laat zien dat Carlo in zijn hoofd de bewegingen van Foppe de Haan imiteert. Een voorbeeld dat me van de studie is bijgebleven, is dat dit ook gebeurt als we naar sport op televisie kijken. Bij het kijken naar een voetbalwedstrijd wordt in je brein het motorisch gebied geactiveerd alsof je zelf aan het voetballen bent.

Anders kijken en bewegen
Carlo heeft veel spiegelneuronen, waardoor hij goed in staat is te voelen wat anderen voelen. Een interessante vervolgvraag is of hij ook naar andere dingen kijkt. Om daarachter te komen is een mooi instrument ontwikkeld dat de bewegingen van de ogen kan volgen (eyetracker). Tijdens een test blijkt dat de presentator vooral kijkt naar de ogen en Carlo vooral naar de mond. Hij vertelt daarbij dat hij het meeste interessante vindt wanneer iemand niets zegt, hoe beweegt het gezicht dan? Carlo kan die gezichtsbewegingen vervolgens goed nadoen. Uit onderzoek met een andere technisch hoogstandje dat gezichtsbewegingen registreert (EMGmat), blijkt dat Carlo een extreme beheersing heeft van zijn gezichtsspieren. Hij scoort hierin bovengemiddeld en kan gezichtsbewegingen imiteren zonder te oefenen.

Het is wetenschappelijk bewezen dat Carlo goed kan imiteren. Dat wisten we al, maar we hebben nu ook gezien welke factoren eraan bijdragen die je op het eerste gezicht niet ziet. Het programma biedt op een leuke manier een kijkje in de keuken van de wetenschap, dus op deze plaats een tip: kijk op donderdagavond om 20.55 naar Nederland 3!

vrijdag 12 november 2010

Blaadjes op de rails

Het is weer flink mis op het spoor: blaadjes, seinstoringen, aanrijdingen en als klap op de vuurpijl met de trein in de file. En was dat niet net een van de redenen om de auto te laten staan? Vorige week hadden wij weer pech op station Arnhem, of liever gezegd die eeuwige bouwput. Die trappen zijn op zich al frustrerend, maar bij vertraging maken de omroepers er een spel van om kuddes mensen heen en weer te laten rennen tussen de verschillende perrons. Je voelt je een idioot tijdens het rennen, maar rent toch maar achter de rest aan (iets met sociale bewijskracht). Verwaaid en buiten adem ploften we uiteindelijk in een trein vol met andere geïrriteerde forenzen. En zowaar de trein vertrok!

Maar toen kwam de conducteur…
Deze beste man dacht blijkbaar niet na wat het beste was om te doen in deze situatie, want hij ging gewoon kaartjes controleren. Natuurlijk hij doet gewoon zijn werk, maar beeld je even in: een vol gepropte trein met geïrriteerde reizigers die net een zucht van verlichting slaken dat de trein zowaar in beweging komt. Is het dan handig om te gaan controleren of mensen wel een kaartje hebben?

En toen?
Verontwaardigd gaven eerst de mensen die in het gangpad stonden hun kaartje af. De rest van de coupé pakte ook zuchtend de vervoersbewijzen. Op een meneer na. Deze meneer zei luid en duidelijk: “Ik geef u mijn kaartje niet, dit is mijn protest!” De hele coupe keek vol verwachting naar de conducteur: Wat zou hij zeggen? De meneer in protest hield een betoog over het wee van de trein en dat zijn klachten niet serieus werden genomen: dit was zijn laatste middel!

Reactance
Wij zaten eerste rang en waren de vertraging op slag vergeten. Momenteel doen wij onderzoek naar weerstanden en dit was een mooie casus om te observeren. Deze meneer was zo gefrustreerd, omdat hij de controle kwijt was. Hij was al dagen overgeleverd aan de grillen van de trein en met het controleren van het kaartje maakte de conducteur het nog erger. Dit was voor de man aanleiding om te weigeren: ik moet niets! Deze weerstand noemen we reactance: mensen voelen zich gepusht om bepaald gedrag te vertonen. De man zocht naar manieren om zijn autonomie terug te krijgen.
De conducteur had zijn cursus gespreksvaardigheden goed begrepen. Allereerst erkende hij de weerstand van de man. Oprecht liet hij merken dat hij begreep hoe vervelend de vertragingen zijn. Ook depersonaliseerde de conducteur zijn rol (hij deed ook maar zijn werk), zodat de man niet boos kon zijn op de conducteur als persoon. Helaas voor dit verhaal liep het dus allemaal met een sisser af.

Moraal van het verhaal
Hoewel de conducteur de situatie uiteindelijk goed afhandelde, had hij kunnen voorkomen dat deze man überhaupt in protest ging. De conducteur wist dat het die week een puinhoop was op het spoor en dat mensen daar flink van balen. Hij had beter door de trein kunnen lopen op een dienstverlenende manier. Door de chaos missen mensen aansluitingen en dergelijke, dus hij kon bijvoorbeeld nagaan of mensen nog vragen hebben. Maar hierbij is het natuurlijk de vraag hoe de conducteur zijn functie ziet. Is hij er puur om vervoersbewijzen te controleren? Of is hij ook het visitekaartje van de NS en is hij er ook om vragen te beantwoorden waar nodig?

dinsdag 2 november 2010

Hoe breien we recht wat krom is?

Waarom leidde een dubbel paspoort in 2007 tot een motie van wantrouwen en in 2010 niet? Hoe komt het dat mensen roken, terwijl ze weten dat het slecht is? En is het zo dat je ex echt minder knap is geworden, nu jullie relatie over is? Kortom: hoe doen we dat eigenlijk, dat rechtbreien wat krom is?
Practice what you preach
Natuurlijk weten we dondersgoed wanneer we smoesjes verzinnen, maar hoe komt het nu dat we er zelf ook in gaan geloven? Ons brein kan niet goed omgaan met cognities (gedachten, gevoelens, gedrag) die niet met elkaar overeen komen. Het credo: practice what you preach, wordt in de praktijk vaak genoeg niet nagekomen. De tegenstelling tussen verschillende cognities zorgt in ons brein voor een strijd die opgelost moet worden. De psycholoog Festinger ontdekte dat ons brein een mooie manier heeft om deze tegenstelling op te heffen. Hij noemde dit: cognitieve dissonantie reductie.
Echt súúper leuk!
Festinger bedacht een slimme manier om te onderzoeken wat er gebeurt als er een tegenstelling is tussen cognities. In het onderzoek deden proefpersonen deden mee aan een experiment waarbij ze allerlei saaie taakjes moesten doen. Het ging, zoals meestal bij onderzoek, niet om de taakjes. Na de taak werd de proefpersonen gevraagd de proefpersoon na hen te vertellen dat het experiment erg leuk en interessant was. En nu komt de truc van het experiment: de ene groep kreeg hiervoor  1 euro en de andere groep kreeg 20 euro. 
Welke groep loog overtuigender tegen de persoon na hen denk je?
De groep die maar één euro kreeg! Dit is waarschijnlijk niet wat je had verwacht. Hoe komt dit nu? Alle proefpersonen vonden de taak saai, maar moesten zeggen dat de taak leuk was. Dit veroorzaakt een strijd tussen wat je vindt en zegt (cognitieve dissonantie).  De proefpersonen die 20 euro hadden gekregen, konden dit makkelijk voor zichzelf rechtvaardigen doordat ze er genoeg geld voor hadden gekregen. De groep die slechts een euro kreeg, maakten de taak (onbewust) leuker in hun hoofd, zodat de tegenstelling ook opgeheven werd. Ze waren er dus in gaan geloven dat ze de taak leuk vonden en waren hierdoor dus beter in het overtuigen van de persoon na hen.
Als je er zelf maar in gelooft…
Om de cognitieve dissonantie op te heffen, creëer je onbewust gedachten die het allemaal begrijpelijk maken wat je doet. We zoeken dus eerder feiten die onze overtuigingen ondersteunen, dan dat we onze overtuigingen herzien als de feiten anders blijken te zijn.
De cognitieve dissonantie theorie is een verklaring waarom Wilders kon rechtvaardigen dat hij dit jaar geen motie van wantrouwen indiende, terwijl hij dat in 2007 wel deed. En waarschijnlijk is het dus ook zo dat die ex niet minder knap is geworden, maar dat ons brein dat heeft gedaan om de pijn te verlichten. Als je er zelf maar in gelooft, zullen we maar zeggen…